KenniscentrumSlaapcentrum › Waarom slapen we › Waarom slapen we?

Waarom slapen we?

We slapen ongeveer een derde van ons leven. Er zijn al vele onderzoeken gedaan naar de reden waarom we slapen, toch is de vraag niet met zekerheid te beantwoorden. Er zijn meerdere theorieën.
Slaap is als een belangrijke onderhoudsbeurt voor ons lichaam waarbij er ook belangrijke processen in de hersenen plaatsvinden. Hersencellen ontwikkelen zich tijdens de slaap, maar ook het geheugen zou zich ontwikkelen tijdens de slaap.

Slaap-waakritme

Het slaap-waakritme is voor ieder mens een persoonlijk ritme. Wanneer iemand het liefst gaat slapen en wanneer hij bijvoorkeur weer wakker wordt, verschilt van persoon tot persoon. Een avondmens zal veel later naar bed gaan maar ook langer doorslapen in de ochtend. Een ochtendmens heeft geen moeite met vroeg opstaan, maar gaat doorgaans ook wat vroeger naar bed. Als je van het persoonlijke slaap-waakritme afwijkt, ontstaan er vaak problemen met inslapen, wakker worden en opstaan.
Sommige extreme ochtend- of avondtypen hebben zoveel last van de gevolgen van hun extreem vroege of late slaaptijden, dat ze om medische hulp vragen. Hieronder vallen mensen met de slaapstoornissen 'vervroegde slaapfase syndroom' (ASPS) en 'vertraagde slaapfase syndroom' (DSPS)

Slaapbehoefte

De slaapbehoefte verschilt van persoon tot persoon. Gemiddeld hebben volwassenen per nacht tussen de zes en acht uur slaap nodig. Maar er zijn ook mensen die met vier tot vijf uur voldoende diepe en droomslaap (REM-slaap) krijgen. Zeven uur slaap per nacht blijkt gemiddeld het gezondste te zijn. Zowel kortslapers als langslapers maken over het algemeen een even grote hoeveelheid diepe slaap door. In tegenstelling tot mensen bij wie de slaapbehoefte groter is dan het aantal uren slaap dat ze daadwerkelijk krijgen.

Slaap en leeftijd

Naarmate mensen ouder worden, gaan ze minder diep slapen. Dus afgezien van de persoonlijke behoefte wordt de hoeveelheid slaap die je nodig hebt ook beïnvloed door je leeftijd. Een baby slaapt het grootste deel van de dag, zo'n 17 uur. Dit neemt geleidelijk af naarmate een kind ouder wordt. In de puberteit is er even een toename van de slaapbehoefte, hoewel pubers deze behoefte vaak negeren.
Op oudere leeftijd neemt de duur van de slaap in de nacht af, maar ouderen doen wel vaak dutjes overdag.
Kinderen slapen ook dieper dan volwassenen, vooral in de eerste paar slaapcycli. Vanaf het veertigste levensjaar wordt de slaapfase waarin de diepe slaap plaatsvindt steeds korter.

Slaap en geslacht

Vrouwen lijken zelfs iets meer slaap nodig te hebben (ongeveer een halfuur meer) dan mannen. Toch slapen vrouwen slechter dan mannen. De verschillen in de hormoonhuishouding en op psychosociaal vlak tussen mannen en vrouwen kunnen dit verklaren.
Vrouwen zijn vaker alerter in hun slaap als er kinderen zijn. Deze verhoogde waakzaamheid zou ook een reden kunnen zijn waarom vrouwen vaker slechte slapers zijn dan mannen.
De slaap wordt bij vrouwen beïnvloed door de wisselende hormoonspiegels, (in de menstruatiecyclus, een zwangerschap en de overgang) van de hormonen oestrogenen en progesteron. Van oestrogenen kan gezegd worden dat ze de REM-slaap verlengen. Progesteron zorgt voor een slaperig en vermoeid gevoel.

Menstruatie en slaap

Vlak voor een menstruatie daalt het progesteron waardoor de slaap onrustiger kan worden. Factoren die ook meespelen zijn de gevoeligheid voor deze schommelingen in hormoonspiegels, stress, ziekte, medicatie, leefwijze en voeding.

Zwangerschap en slaap

In de eerste drie maanden van de zwangerschap stijgt het progesteron gehalte waardoor de vrouw slaperiger is en langer wil slapen. Zwangere vrouwen worden 's nachts vaker wakker om naar het toilet te gaan. In de maanden 4-6 wordt het langzaam moeilijker om lekker te liggen. Vooral in de laatste drie maanden van de zwangerschap ontstaan de meeste slaapproblemen, maar niet onder invloed van de hormonen. Maagzuur, spierkrampen, rusteloze benen en de groter wordende baby kunnen de slaap verstoren. Na de bevalling is de nachtslaap verstoord door het slaapritme van de baby, vooral in geval van borstvoeding. Dit slaapritme is opgebouwd uit vele korte slaapperioden. Vaak leidt dit tot slaperigheid overdag bij de moeder. Zij kan dan ook het beste proberen te slapen als het kind dat ook doet, dus ook ‘s middags.

Overgang en slaap

In de overgang dalen zowel oestrogenen als progesteron en dat veroorzaakt vaak een slechtere slaap. De verandering in oestrogeen spiegels leidt bij 75-85% van de vrouwen tot opvliegers, waardoor de lichaamstemperatuur ook 's nachts stijgt wat tot ontwaken leidt. Vrouwen met opvliegers hebben dan ook een meer gestoorde slaap dan vrouwen zonder opvliegers. Slaapapneu komt ook vaker voor bij vrouwen in de overgang.

Slaaptekort en de gevolgen

Als iemand te weinig slaapt, dan herstelt die persoon lichamelijk en geestelijk onvoldoende. Slaapgebrek leidt tot intense vermoeidheid, humeurigheid, verminderde concentratie en lage weerstand omdat het immuunsysteem verstoort raakt. Ook de reactiesnelheid van iemand met slaapgebrek neemt af en het geheugen werkt minder goed.
Op den duur kunnen grotere gezondheidsproblemen ontstaan. De stofwisseling verloopt minder goed en er is een grotere kans op maag- of darmklachten, hart- en vaatziekten en diabetes. Chronisch slaapgebrek kan tevens leiden tot depressiviteit en geheugenklachten.
Mensen die slecht slapen hebben soms last van een specifieke slaapstoornis. Maar slapeloosheid kan ook het gevolg zijn van andere factoren.



Deel deze pagina: