KenniscentrumZiekte /Aandoening › Slaap-apneu syndroom › Slaap-apneu syndroom (OSAS)

Slaap-apneu syndroom (OSAS)

Bij het Slaap-apneu syndroom treden ademstilstanden op in de slaap. De meeste mensen hebben wel eens een (sterk) verminderde ademhaling of een ademstilstand in de slaap. Er is sprake van een slaapstoornis als dit 's nachts meer dan vijf keer per uur gebeurt en dit minimaal tien seconden duurt. Het gevolg van een verminderde ademhaling of ademstilstand is dat de zuurstofspeigel in het bloed daalt en daardoor ontstaan onwenselijke wekreacties (arousals)

Apneu

Apneu betekent letterlijk ‘geen lucht'. Sommige mensen stoppen tijdens het slapen regelmatig even met ademhalen. Zij hebben ademstilstanden. Bij apneu duurt een ademstop minstens 10 seconden, met vrijwel altijd een zuurstofdaling in het bloed tot gevolg.

Hypopneu

Tijdens de slaap kan er ook sprake zijn van hypopneus waarbij de ademhaling sterk verminderd is (minimaal gedurende 10 seconden). Er is geen sprake van een ademstop (zoals bij apneus) maar van vermindering van de verplaatsing van lucht naar de longen. Het zuurstofgehalte in het bloed kan hierdoor flink dalen, net als bij apneus.

OSA(S), CSA(S) en/of POSA(S)

Er bestaan bij deze aandoening diverse varianten; het Obstructieve Slaap-Apneu (syndroom), Centrale Slaap-Apneu (syndroom) en Positioneel Obstructief Slaap Apneu (POSA). Deze varianten komen ook vaak in combinatie met elkaar voor en beïnvloeden elkaar. 

Obstructieve Slaap-Apneu (OSA)

Tijdens de ademstilstanden of verminderde ademhalingen, heeft de patiënt wel een prikkel om adem te halen, maar de ingeademde lucht komt niet verder dan de keel. De luchtweg is gedeeltelijk of helemaal geblokkeerd. Dit heet Obstructieve Slaap-apneu. 
Tijdens de slaap ontspannen de spieren. Daardoor kunnen de tong, bovenste luchtwegen en de zachte delen van het verhemelte in de keel de luchtweg blokkeren.

Centraal Slaap-Apneu (CSA)

Ademstilstanden kunnen ook ontstaan doordat de hersenen te weinig prikkels geven om te blijven ademen. Hierdoor kan de ademhaling tijdelijk verminderen of stoppen. Dit heet Centraal Slaap-Apneu. Ervaart de patiënt daarbij klachten dan spreekt men van een CSA-Syndroom (CSAS).
CSAS komt minder voor dan OSAS. CSAS komt vooral voor bij patiënten met bloeddrukschommelingen, een hart- of neurologische aandoening. Ook bij pasgeborenen kan dit voorkomen, waarbij in enkele gevallen de apneu leidt tot plotselinge wiegendood omdat er geen of te laat een nieuwe ademprikkel wordt gegeven. Met name forse schommelingen in koolzuurgas- en zuurstofgehalte  in het bloed spelen een belangrijke rol in CSAS.

Positioneel Obstructief Slaap Apneu (POSA)

Ademstilstanden kunnen ook ontstaan afhankelijk van iemands slaappositie. Meestal ontstaan bij rugligging meer apneus dan bij andere houdingen. Heeft iemand alleen obstructief slaapapneu als gevolg van de slaaphouding, dan heet dit POSA. Ervaart de patiënt hierdoor ook klachten dan spreken we van POSA Syndroom (POSAS). Vooral de zwaartekracht is de oorzaak van de afsluiting van de luchtweg.

Slaapproblemen

Door ademnood en het gebrek aan zuurstof ontwaakt de patiënt telkens even tijdens de slaap. De patiënt merkt meestal niets van de onderbreking van de slaap. De ontwaakreacties zorgen er wel voor dat iemand niet in een diepe slaap komt, die voor een goede nachtrust erg belangrijk is. Het normale slaappatroon wordt verstoord door de ‘ontwaakreactie' waardoor iemand chronisch slaaptekort heeft en overdag erg moe is. Daarbij komen ook nog eens dalinen van het zuurstofgehalte in het bloed voor met schadelijke effecten (zeker op lange termijn).

Diagnose stellen

Bij een vermoeden van OSAS, zal de huisarts de patiënt verwijzen naar het slaapcentrum. Er zijn afspraken gemaakt tussen de longartsen, KNO-artsen en neurologen over patiënten met verdenking op slaap-apneu. Afhankelijk van de klachten krijgt de patiënt een eerste afspraak bij twee van hen.
Om te bepalen of er bij iemand sprake is van OSAS, is het afhankelijk van de klachten noodzakelijk om een aantal onderzoeken te doen.
Om te bepalen of u wel of geen OSAS heeft, wordt altijd een slaaponderzoek gedaan. Er zijn twee soorten slaaponderzoek:

Ernst van de aandoening

Bij het stellen van de diagnose, wordt gekeken hoe ernstig de klachten zijn. Er is een indeling in licht, matig en ernstig slaap-apneu.
De ernst van het Slaap-apneu syndroom wordt bepaald door twee factoren:
  • Apneu - Hypopneu Index (AHI)
    Aantal ademstops of sterk verminderde ademhalingen per uur.
    • AHI 5 tot 15: lichte slaap-apneu;
    • AHI 15 tot 30: matige slaap-apneu;
    • AHI meer dan 30: ernstige slaap-apneu.
  • mate van slaperigheid
    Het in slaap vallen in situaties waarbij aandacht is vereist.
    • weinig aandacht (zoals televisiekijken): lichte slaap-apneu
    • enige aandacht (zoals vergaderen): matig slaap-apneu
    • grote aandacht (zoals autorijden): ernstig slaap-apneu
Voor de ernst van de aandoening geldt de zwaarste score van beide factoren.

Aantal patiënten

Volgens onderzoek hebben 2% tot 4% van de volwassenen vanaf middelbare leeftijd slaapapneu syndroom.
In Nederland is waarschijnlijk een grote groep mensen die slaapapneu heeft maar bij wie nooit de diagnose is gesteld. Uitgaande van percentages in andere landen moeten er in Nederland ongeveer 350.000 patiënten zijn. Er worden slechts 65.000 patiënten behandeld. Uit onderzoek van de ApneuVereniging blijkt dat klachten bij patiënten niet altijd leiden tot een bezoek aan de huisarts. Een groot aantal patiënten loopt ook met niet begrepen klachten rond.

Filmpje over OSAS




Deel deze pagina: