KenniscentrumZiekte /AandoeningVerstoorde biologische klok › Vertraagde slaapfase syndroom › Vertraagde slaapfase syndroom (DSPS)

Vertraagde slaapfase syndroom (DSPS)

Delayed sleep phase syndrome

Mensen met het vertraagde slaapfase syndroom (DSPS) hebben een verschoven biologische klok. Voor hen is het niet vanzelfsprekend dat ze moe worden als het donker wordt en gaan slapen als het nacht wordt.
Dit betekent dat deze mensen pas heel laat in slaap vallen en zeer veel moeite hebben om op een normaal tijdstip op te staan. Voor hen is het onmogelijk om een normaal dag- en nachtritme te volgen waardoor ze een slaaptekort opbouwen. Door dit slaappatroon kan ook een probleem met werk en sociale verplichtingen ontstaan.

Symptomen

Het tijdstip van naar bed gaan en inslapen is voor mensen met DSPS veel later dan men eigenlijk zou willen. Het slaappatroon is minstens twee uur vertraagd.
De bedtijd, hoewel veel later dan bij een normaal slaappatroon, is wel elke nacht min of meer hetzelfde.
De symptomen van DSPS lijken op insomnie (slapeloosheid). Het functioneren overdag kan ernstig beperkt worden door slaapgebrek. Het kan leiden tot overmatige slaperigheid overdag, vermoeidheid en concentratiestoornissen.
Bij mensen met DSPS komt de melatonineproductie ook later op gang, waardoor ze ook pas veel later het gevoel krijgen dat ze willen gaan slapen.
Wanneer mensen met DSPS hun eigen schema mogen volgen hebben ze geen problemen om in slaap te vallen en voelen ze zich ook niet moe overdag. De opbouw van hun slaap vertoont ook geen afwijkingen.
De aandoening ontstaat meestal in de vroege jeugd of pubertijd en kan ook na de pubertijd weer vanzelf verdwijnen.

Oorzaak

De oorzaak is in de meeste gevallen onbekend.
Bij zo'n 40% van de mensen met DSPS is de aandoening erfelijk en komt het dus bij meer mensen in de familie voor.
Omgevingsfactoren zoals een gebrek aan (fel) zonlicht of de aanwezigheid van zonlicht in de avond kan DSPS verergeren.

Behandeling

  • Melatonine

Sommige mensen hebben baat bij (tijdelijke) medicatie met het hormoon melatonine.
  • Chronotherapie

De milde vormen van DSPS kunnen behandeld worden met kleine aanpassingen in het slaapschema, dit heet chronotherapie. De bedtijd wordt vijf tot zes achtereenvolgende dagen met ongeveer 3 uur verlaat. Wanneer de gewenste bedtijd bereikt is, blijft men deze aanhouden. Het is van belang deze bedtijd strikt aan te houden.
  • Lichttherapie

Mensen met een ernstigere vorm van DSPS kunnen behandeld worden met lichttherapie.
De patiënt wordt dan 's ochtends blootgesteld aan heel fel licht, terwijl 's avonds licht moet worden vermeden. Deze methode werkt alleen als de patiënt zijn levensstijl totaal aanpast.


Deel deze pagina: